“Jij hebt iets met cijfers hè?” Die vraag werd aan het begin van een trainingsavond aan mij gesteld, precies toen mijn gastvrouw vertelde dat er aan het einde een beoordelingsformulier zou worden uitgedeeld. Een rij cijfers, een paar open vragen. Gewoon heel onschuldig. Maar mijn blik bleef nét iets te lang hangen op die cijferlijst, en blijkbaar zag zij de micro-paniek die ik voelde. Terwijl ik trainingssessies faciliteer over bewustwording, psychologische veiligheid en vertraging, activeerde één opmerking meteen mijn oerreflex: presteren.
En dat raakt direct aan het onderwerp waar ik al weken omheen cirkel: de zogeheten Six/Seven-hype. Hoewel ik weet dat deze hype niet gaat over cijfers als eindoordeel, roept het in mijn systeem toch iets anders op. Namelijk het brede pleidooi dat “tevreden zijn met een zes of een zeven” óók een vorm van succes is, dat we niet altijd voor een tien hoeven te gaan, dat ‘goed genoeg’ ook echt ‘goed genoeg’ is. Ik kan mezelf eindeloos wijs maken dat ik daar volledig achter sta totdat ik zelf beoordeeld word.
Een dag later kreeg ik de mail: “Gefeliciteerd. De deelnemers hebben je beoordeeld met een gemiddelde van 8,5.” Dat is een prachtig oordeel, een score die getuigt van kwaliteit en waardering. De rationele ik weet dat. De professional in mij weet dat. Maar het deel in mij dat met cijfers is opgegroeid, las alleen: geen tien. Alsof de waarde van de avond, de impact op de deelnemers en de energie in de ruimte in één getal werd samengeperst, en dat getal een oordeel was over míj als persoon.
En het gekke is: ik zou mezelf ook geen tien hebben gegeven. Maar toch voelde ik teleurstelling, niet omdat anderen het niet goed vonden, maar omdat iets in mij altijd hoger wil, beter wil, perfecter wil. Het is bijna ironisch dat juist ík, terwijl ik geloof in ‘proces boven resultaat’ en in ‘groei boven prestatie’, nog steeds zo getriggerd raakt door cijfers.
Misschien komt het omdat ik uit de generatie zesjescultuur kom, waarin er weliswaar werd gezegd dat “een acht ook een dikke voldoende is”, maar waar de onderstroom tegelijkertijd fluisterde dat je jezelf altijd meer moest bewijzen. Misschien komt het omdat cijferlijstjes nooit context tonen. Ze beschrijven niet dat iemand een zware werkdag had, overprikkeld was, spanning voelde of in weerstand zat. Ze vertellen alleen wat mensen opschrijven, niet wat mensen meemaken. En toch vangen we ons zelfbeeld soms in dat ene cijfer, terwijl we diep vanbinnen weten dat cijfers niet vertellen of er beweging, herkenning of perspectiefverschuiving is ontstaan.
Ik geloof er heilig in dat impact zich niet laat meten in getallen. Ik zie deelnemers weken later terugkoppelen dat een inzicht dan pas binnenkwam. Ik weet dat veiligheid niet in een formulier past. Ik weet dat een training kan schuren, confronteren of ontregelen en dat dit óók waardevol is. En toch, als het woord beoordeling valt, voelt het alsof mijn innerlijke criticus plaatsneemt op de eerste rij en alles registreert.
En misschien is dat precies waarom deze Six/Seven-hype mij zo raakt. Het gaat niet alleen over tevreden zijn met minder; het gaat ook over durven erkennen dat je waarde niet afhankelijk is van cijfers. Dat groei soms bestaat zonder rapportcijfer. Dat een 8,5 geen “gemiste tien” hoeft te zijn, maar een volwaardige bevestiging dat je werk iets doet, iets betekent en iets in beweging zet.
Ik zal niet beweren dat ik hier al boven sta. Ik leer. Ik oefen. Ik schuifel voorzichtig richting mildheid. Maar tot die tijd kies ik ervoor om de 8,5 niet te lezen als bijna goed, maar als meer dan goed genoeg. En dat is, voor iemand met een langdurige haat-liefde relatie met cijfers, misschien wel het meest betekenisvolle resultaat van alles.
BRON:https://www.nieuwwij.nl/opinie/de-six-seven-hype-en-mijn-ongemakkelijke-relatie-met-cijfers/